Naar Berat

Vandaag ga ik naar Berat, een stad zo’n 200 km naar het zuiden, in het midden van het land, de stad staat op de werelderfgoedlijst en staat ook wel bekend als de stad met de 1000 ramen. Om hier te komen moet ik dus eerst met de bus terug naar Tirana en daar overstappen op de bus naar Berat.

Nu is de bus naar Tirana vlug gevonden, er is hier immers maar 1 busstation, de rit naar Tirana duurt ongeveer 2,5 uur daarna moest ik nog een bus vinden dit naar Berat ging, vol goede moet gezocht naar een bus met een bordje Berat op de bus, nergens te vinden, met handen en voeten proberen uit te leggen wat ik wilde, kreeg ik te horen dat er 3 busstations waren, ik stond nu op het busstation dat alleen lijnen heeft naar het noorden en dat ik naar het andere busstation moest, maar welke er zijn er immers nog 2, met wat gebarentaal ben ik er toch uitgekomen, dat ik het busstation moet hebben waar de grote adelaar op de rotonde staat. Alleen was dat nog ongeveer 3 km lopen met heel je hebben en houden met 30°C, best warm dus. Dus maar weer de bus gepakt om daar te komen.

Nu moet je van een busstation hier niet veel voorstellen, het is een open vlakte waar geen asfalt ligt maar vooral losse stenen, haltes of perrons kennen ze niet en bussen worden neergezet waar plaats is. Een dienstregeling kennen ze niet, ze rijden elk uur en ze vertrekken als de bus vol is, ook al is het dan nog geen tijd, er kan immers toch niemand meer bij, maar als er niet genoeg mensen in zitten blijft de bus wachten tot er wel genoeg mensen in zitten. Op de service is trouwens niets op aan te merken, je moet gewoon goed luisteren of je iemand hoort schreeuwen dat hij naar Berat gaat, meestal gaat er maar 1 bus dus veel keus heb je niet, daar loop je dan maar naar toe, zij brengen je wel naar de juiste bus, mijn tas werd al meteen van mijn rug afgenomen en in het bagageruim gelegd.

Met de bus reizen is ook de goedkoopste manier van reizen hier in Albanië, om vanuit Shkodër naar Berat te komen was ik in totaal 740 Lek kwijt (Lek betekend overigens gewoon geld in het Albanees), wat neer komt op nog geen 7 Euro voor de hele reis. Uiteindelijk arriveer je dan in Berat op het industrieterrein, vandaar moet je weer overstappen om naar het centrum te komen. Uiteindelijk heb ik er ruim 6,5 uur over gedaan over een afstand van maximaal 200 km, niet zo heel slecht als je soms de staat van de weg ziet.

Het meer van Komani

Vandaag om 6:00 uur opgestaan en dus maar naar het meer van Komani gegaan dit is een stuwmeer in de alpen en ook een druk bevaren route voor zowel bergbewoners als toeristen, de bergbewoners worden bevoorraad door de boten die er varen en de toeristen gebruiken het als transportmiddel om verder de bergen in te komen, op de terugweg zijn we ook regelmatig gestopt bij verschillende plaatsje (lees huis) om daar iets af te geven of om mensen op te pikken. Om vanuit Shkodër naar het meer te komen ben je ongeveer 2 uur onderweg met een busje, de straten waar je over rijdt zijn, slecht tot zeer slecht. Als het slecht weer zou zijn zou het ook niet mogelijk zijn om daar te komen. Je zit vervolgens 3 uur op de boot om naar de volgende grotere plaats te gaan, hier is een aanlegsteiger, maar meer ook niet, vandaar uit heb je een auto nodig om verder de bergen in te gaan. Op het meer merk je wel heel erg dat mensen afhankelijk zijn van watervervoer, we kwamen boten tegen waarin koeien vervoerd werden van de ene weide naar de andere, maar ook andere goederen werden vervoerd, er werd volop gevist. De normale boot ging ook maar 2x per dag, ’s morgens om 9:00 en om 13:00 uur vanuit beide richtingen. Nu waren deze boten nog niet berekend op de hoeveelheid toeristen

Wat wel apart was, was dat sommige mensen dezelfde route te voet deden, dit zou dan een wandelroute zijn van ongeveer 2 dagen, dit waren meestal wel de toeristen die dit deden, deze bleven dan halverwege een keer overnachten. De waterpolitie was ook erg actief hier, je zag ze regelmatig voorbijvaren met hun bootje, sommige woningen liggen natuurlijk erg afgelegen waardoor criminaliteit op de loer ligt, Voorheen stond Albanië toch wel bekend om de grote wietkwekerijen in de bergen, deze waren moeilijk te ontdekken en vervolgens om er te komen, dit is inmiddels sterk veranderd, maar net als in Nederland blijven ze het wel proberen.

Tijdens de boottocht vaar je erg dicht langs de bergen, hier liggen ook de hoogste toppen van Albanië en heb je het gevoel dat je helemaal alleen bent in deze omgeving. Ondanks dat er mensen op de boot zijn, je ziet niemand aan het vaste land, soms is dit ook niet eens mogelijk wegens de steile wanden die er zijn.

Shkodër

Gister ben ik aangekomen in Shkodër, de 5e stad van het land, en een van de noordelijkste steden van Albanië, tegen de grens van Montenegro. De stad heeft ongeveer 50.000 inwoners, wat misschien niet heel erg veel is, Tirana heeft er ongeveer 1.000.000, maar dat is wel 1/3 van alle inwoners die het land heeft.

Ik moest om naar Shkodër te gaan met de bus, alleen als je echt avontuurlijk ben ingesteld reis je in Albanië met de trein, je weet nooit wanneer ze gaan en waar naar toe. Zelfs de eigen inwoners gaan liever met de bus dan met de trein, gewoon omdat ze dan meer zekerheid hebben, er gaat elk uur een bus naar bijna alle grote plaatsen in het land. De bussen zagen er netjes uit, maar je moet er wel vanuit gaan dan het oude touringcars zijn uit andere landen. De rit duurde in totaal 2,5 uur, op zich nog best lang voor een rit van net 100 km. Nu mag een touringcar ook niet zo hard, maar dat hoef je hier ook niet te proberen, de hele bus ligt dan uit elkaar.

Shkodër staat voornamelijk bekend als uitvalsbasis om de Albanese Alpen te verkennen, de stad ziet er erg netjes uit en voelt in het centrum van de stad aan als Italië, ook met de groene luikjes voor de ramen en lichtgeel geplaveide straten. ’s Avonds lopen de mensen dan ook graag rondjes door de voetgangerszone om te flaneren, het grappige is als je een tijdje op terras zit zie je dat sommige mensen op een avond wel 4 of 5 keer langskomen wandelen. Vaak waren de wandelaars moeder en dochters, waarschijnlijk om ze aan de man te brengen.

De stad zelf heeft maar een paar bezienswaardigheden en dat is het roseva kasteel (of eigenlijk ruïne), het meer van Shkodër en de met lood bekleedde moskee. Ondanks dat het Ramadan is ben je wel gewoon welkom in de moskeeën om deze te bezoeken, natuurlijk wel je schoenen uit en niet tijdens het gebed. Ook hier merk je heel erg dat er behoorlijk vrij wordt omgegaan met het geloof, vrouwen met hoofddoek zie je nauwelijks en voor islamitische begrippen kleden de vrouwen zich hier nauwelijks, gewoon de kleding die wij ook gewend zijn, maar niet naar het religieuze toe.

Ik ben dus maar in de ochtend naar het kasteel gegaan, omdat het wederom erg heet was (in de middag was de gevoelstemperatuur meer dan 40°C), in de ochtend was het nog iets koeler. Het kasteel ligt op de top van een berg net buiten de stad, tot aan de berg kun je goed fietsen, daarna wordt het zo steil en de weg zo slecht dat fietsen niet meer gaat. Vanaf boven heb je een geweldig uitzicht over de wijde omgeving, de stad zelf ligt in een vallei, je ziet dus om je heel alleen maar bergen en het meer van Shkodër. Toen ik weer naar beneden ging kwam ik steeds meer mensen puffend en kreunend tegen die nog de berg op moesten klimmen om bij het kasteel te komen.

In de middag heb ik vanwege de temperatuur niet veel meer kunnen doen, maar omdat ik nog graag verder de Albanese alpen in wilde, ben ik op zoek gegaan naar een tour die ik de volgende dag zou kunnen gaan doen, volgens de weinige informatie die er te vinden is over Albanië, is Theth een oud traditioneel plaatsje wat in de bergen ligt, het is alleen per 4×4 bereikbaar als het redelijk weer is, nu was het weer wel goed, echter was ik op dat moment de enige die dat plaatsje wilde bezoeken en zou met dat 120 euro kosten, dat is toch iets te veel van het goede, uiteindelijk besloten om maar een dagtocht te doen naar het Meer van Komani.

Bunk’art one, een oude nucleaire bunker in Tirana.

Vandaag ben ik naar Bunk’art One geweest, ooit de nucleaire bunker, in Tirana waar Enver Hoxha kon schuilen in geval van een nucleaire aanval. deze bunker is een van de topattracties van Tirana en ligt aan de buitenzijde van de stad, verscholen in het bos. je kunt er te voet komen maar met de bus is niet alleen vele malen sneller maar ook gemakkelijker omdat de ingang van de bunker op de top van een berg ligt.

In Nederland kun je opzoeken hoe en wanneer de bussen rijden, in Tirana dus niet, wilde ik terug naar mijn hostel, dan moest ik altijd een rode bus nemen, deze ging altijd langs het Amerikaanse ziekenhuis  (er was niets Amerikaans aan het ziekenhuis, behalve dat ze het grotendeels gesponsord hadden) en daar kon ik uitstappen, die bussen stopten ook altijd op het centrale plein, vandaar kun je dus de stad in of overstappen op een andere lijn die naar andere plekken ging, blauw voor in de stad en witte bussen voor de plaatsen net buiten Tirana.

Als je geluk had stond er een eindbestemming op het scherm voor op de bus, maar vaak was het maar raden of vragen, er reden zelfs bussen rond waar nog letterlijk op stond “sorry, geen dienst”, een Nederlandse bus. Na wat rondvragen vertelde een chauffeur mij dat hij naar Bunk’art one ging.

Van daar uit was het nog maar kort lopen, hij had helemaal gelijk, ik werd onder aan de berg afgezet en de laatste km mocht ik lopen in de volle zon berg op, ben je boven rijdt er een andere bus voorbij die zojuist ook in de stad stond.

Tirana, de stad rond met een gids

Op het advies van het hostel waar ik verbleef heb ik vandaag een route door Tirana gewandeld met een gids, Sightseeingsbussen zoals in andere landen kennen ze hier nog niet, en reisgidsen zijn er nauwelijks.

De gids die ik had vertelde niet alleen over de stad, maar ook veel uit de tijd dat Albanië nog communistisch was en zijn eigen ervaringen daar over.

Wat mij de eerste dag al gelijk was opgevallen was dat hier ontzettend veel Mercedessen rond reden, de reden daarvoor was eigenlijk heel simpel, toen het communisme viel in Albanië was de brandstof zo erg slecht dat er geen enkele auto op kon rijden behalve de auto’s die ze al hadden en Mercedes, nu is het ondertussen een status symbool geworden en mensen hebben liever een Mercedes dan goed te eten.

Ook vertelde hij dat toen het communisme gevallen was, meer producten naar het land kwamen die voorheen niet verkrijgbaar waren, een speciaal geval ware bananen, hij vertelde dat zijn moeder nog nooit een banaan had gezien voor het communisme gevallen was, na de val begonnen diverse mensen bananen te verkopen langs te kant van de weg om extra geld te verdienen, officieel is het nu verboden, maar in de wijk waar ik zit wordt het nog volop gedaan.

Deze diashow vereist JavaScript.

Vroeger was dus het land volledig afgesloten van de buitenwereld, alleen China was nog een beetje bevriend, waardoor ze nog wat spullen kregen vanuit China. Het land was een politiestaat geworden, mensen werden gestimuleerd om elkaar te verraden, je kon niemand vertrouwen zelfs niet je eigen familie, de kans was te groot dat ze je verraadde bij de politie. In de paar uur televisie die ze elke dag hadden werd voornamelijk propaganda uitgezonden, hoe goed het land wel niet was en dat andere landen in de wereld het veel slechter hadden dan in Albanië. Het was niet alleen het rijkste land van de wereld, maar ook het schoonste (wat ook klopte volgens de gids, we hadden immers ook niets om weg te gooien).

Op veel plekken zie je nog duidelijk de aanwezigheid van de communistische tijd, overal zijn nog kleine bunkers te vinden in het land, je hoeft geen moeite te doen om ze te vinden, voorheen waren er meer dan 100.000 in het hele land. Maar ook communistische afbeeldingen en gebouwen zie je nog op heel veel plaatsen

Onderweg naar Tirana Albanië.

Vandaag (8 juni) ben ik vertrokken naar Tirana, mijn vlucht vertrekt dan pas wel morgen om 06:00 uur, maar er is geen andere mogelijkheid om anders op Schiphol te komen dan de laatste nachttrein te nemen die vanuit thuis vertrekt, dat houdt dus in dat ik om uiterlijk 23:00 uur moet vertrekken om, om 02:00 uur aan te komen op Schiphol, overnachten op Schiphol dus.

Vele mensen hebben mij al de vraag gesteld: waarom ga je naar Albanië en niet naar een normaal land? Volgens mij is Albanië een normaal land, ok, het is geen vakantiebestemming, maar er komen wel steeds meer toeristen, er worden ook steeds meer reizen aangeboden naar Albanië en ik ben er nog nooit geweest, dus moet ik er een keer naar toe, het is toch weer een land van Europa die ik kan afvinken.

Goede informatie vinden is nog behoorlijk moeilijk, er zijn maar 2 reisgidsen uitgegeven voor het land en deze zijn al behoorlijk oud en in het Engels en Duits. Nederlandse informatie is nauwelijks te vinden.

Uiteindelijk ben ik dus om 06:00 uur vertrokken naar Tirana, gelukkig toch nog een directe vlucht gevonden naar Tirana, de meeste vluchten waren met overstap in Istanboel of Wenen. Het internationale vliegveld van Albanië is niet zo heel groot, ze hebben maar liefst 1 start en landingsbaan (Schiphol heeft er 5). Nadat we geland zijn taxiën we naar de gate, daar worden we netjes opgehaald door een bus die ons naar de aankomsthal brengt, dit is een rit van wel 1,5 minuut. Als je direct van het vliegtuig naar de aankomsthal was gelopen was ik vlugger geweest. Je zie als je aankomt nog wel dat het hele land in opbouw is, zo stonden er langs de de baan nog een aantal oude straaljagers (of deze nog in gebruikt waren weet ik niet, maar het waren bij ons museumstukken geweest en hier stonden ze er goed onderhouden bij).

Vanuit het vliegveld moet je dus de bus of taxi nemen naar de stad, het vliegveld ligt ongeveer 15 km van de stad. Ik had wel een adres, maar ik wist niet hoe ik daar moest komen met de bus en mijn verwachting was dat de gemiddelde buschauffeur dat mij ook niet kon vertellen, dat werd al heel vlug bevestigd, dan maar een taxi, die brengt mij wel naar het juiste adres. Ik een legale taxi gezocht, voor een vaste prijs brengt hij je naar elke plek in de stad, dus dat is wel weer goed geregeld hier. Echter kende de chauffeur het adres niet, ik had wel een telefoonnummer van de plek waar ik sliep, dus die aan de chauffeur gegeven en met mijn hostel aan de andere kant van de lijn ben ik naar mijn hostel gebracht.

Nationaal Park Plitvicemeren

Het Nationaal Park Plitvicemeren is een nationaal park in de provincie Lika-Senj dicht bij Plitvička Jezera in Kroatië.

Door een natuurlijk afzettingsproces gedurende duizenden jaren door het stromende water van de Koranarivier zijn er in dit gebied dammen van travertijn ontstaan. Deze dammen hebben op hun beurt weer een aantal meren, grotten en watervallen gevormd. Het park bezit momenteel 16 meren met daartussen 90 watervallen. Het bos in het park is het onderkomen van beren, wolven en zeldzame vogels.

Het park werd in 1979 op de Werelderfgoedlijst van beschermde natuurgebieden van UNESCO geplaatst.

Deze diashow vereist JavaScript.

De Plitvicemeren zijn onderverdeeld in de bovenmeren (Gornja) en de benedenmeren (Donja) zoals onder andere het Proscaroncanskog jezera en het Kozjakmeer. Het grootste benedenmeer is Jezero Milanovac dit is circa 470 m lang, 50-90 m breed en 18m diep.

Zagreb doorkruizen in drie dagen

De komende paar dagen zijn we in Zagreb, we zijn afgelopen zondag hier aangekomen en gaan komende woensdag weer weg om verder naar het zuiden af te zakken.

We zitten dus in een appartementje midden in de oude binnenstad van Zagreb. Helaas is het weer komende 2 dagen niet heel erg goed, het mot af en toe een beetje, maar de temperatuur is wel goed, gelukkig maar.

Omdat we midden in het centrum zitten, zijn alle bezienswaardigheden ook dichtbij. Naar de belangrijkste markt van de stad is het dus nog geen 2 minuten wandelen, lekker elke dag verse broodje en fruit halen, de grote kathedraal is nog geen 10 minuten lopen.

Het mooie aan deze stad is dat iedereen goed Engels spreekt, dit tegenover Slovenië, daar was dus een grotere taalbarrière. De belangrijkste dingen zijn te zien in de oude bovenstad, ook wel Kaptol genoemd, en de benedenstad, ook wel Donji Grad genoemd, waar het centrale plein is.

Deze diashow vereist JavaScript.

De stad is gedeeltelijk aangelegd volgens een stratenplan, hierdoor zijn straten lang en heb je blokken met woningen en bedrijven. In de benedenstad zijn parken aangelegd in een grote U vorm (het groene hoefijzer), hierin staan diverse oude gebouwen uit de 19e eeuw.

Op weg naar Kroatië

Vandaag, 17-9-2016, zijn we vroeg opgestaan om op vakantie te gaan naar Kroatië. We willen eerst een paar dagen Zagreb doen voordat we verder naar het zuiden trekken. Omdat Zagreb te ver rijden is voor 1 dag hebben we besloten om net over de grens bij Oostenrijk te overnachten, we moeten dan na onze overnachting nog ongeveer 400 km rijden voordat we in Zagreb, Kroatië, aankomen.

Ons hotel in Oostenrijk, in Haag am Hausruck om precies te zijn, ligt vlak langs de snelweg. Het is een klein dorpje van ongeveer 1500 mensen, maar dan wel weer 2 hotels en 3 restaurants. We waren hier mooi op tijd om nog even door het dorpje te wandelen en bij te komen van de autorit. Veel gasten waren er niet in het hotel, maar toch was alles wel goed verzorgt.

De volgende dag zijn we verder gereden naar Zagreb, zonder veel problemen kwamen we in Zagreb aan, daar begon het het grootste probleem, we hadden een locatie geboekt midden in het voetgangerscentrum van Zagreb.  Je kon er dus niet met de auto komen. Dus na lang zoeken een parkeerplaats gevonden waar we konden parkeren om onze bagage te droppen en in te checken.  Daarna nog een parkeerplaats zoeken voor de auto voor de komende paar dagen. De auto hebben we hier in de stad toch niet nodig.

Een dag Smithonian institute

De weersverwachtingen waren erg slecht vandaag, om die rede heb ik gisteren alles te voet buiten gedaan en vandaag zoveel mogelijk binnen.

Het Smithonian Institute is een van de grootste onderzoekscentrums van de wereld, daarnaast bezit het instituut ook over een groot aantal musea, deze zitten met name aan de Mall in Washington. De Mall is het park tussen het capitol en het Lincolnmemorial.

Ik ben begonnen bij het national air and space museum. Een museum over de geschiedenis van de lucht- en ruimtevaart in de wereld. Een gedeelte van de collectie is nu verhuisd naar een dependance vlakbij Washington Dulles airport omdat de ruimte in de stad te klein is. Maar ook nu staan er in de stad nog veel bekende vliegtuigen en ruimtevaartuigen zoals de spirit of st louis en de capsule waarmee Neil armstrong en Buzz aldrin.

Ook naar het national natural historic museum geweest, hier staat Rexi uit night at the museum. Het is een groot museum maar het was gedeeltelijk gesloten wegens verbouwing.

Van hieruit ben ik naar Obama thuis gelopen, hij woont er maar een paar honderd meter vandaan, er stond vandaag erg veel politie omdat er een groot aantal hoge legerfunctionarissen waren, sommige waren veel gedecoreerd dat ze krom liepen van de medalies.

Net naast het witte huis ligt het national historic museum, het museum over de geschiedenis en het ontstaan van Amerika.
Naast dat ze er een heel huis in hadden staan (ben ff de naam kwijt welke president er ooit in gewoont heeft) ligt er ook de eerst vlag van Amerika. De is al ruim 200 jaar oud, deze ligt hier onder speciale condities tentoongesteld in een brandveilige zaal.

Van daaruit  ben  ik via Chinatown terug gelopen naar het hostel. Chinatown ligt ook op H-street alleen in het noordwesten van de stad, en ik moet naar het noord oosten toe, dus dan is het gewoon altijd maar rechtdoor lopen tot ik op 6 Noordoost uit kom en dan ben je thuis. Ruim 3 kwartierlopen.

image